Ga naar content

Brenne

Natuur in Frankrijk - De laatste jaren zoek ik natuurgebieden om vogels te fotograferen dichter bij huis, dat wil zeggen in Europa en meestal in Frankrijk. Mijn laatste bestemming was La Brenne, een regionaal natuurpark van 1672 km² in midden-Frankrijk (dat noemen ze een park!). Met 775 km vanaf Utrecht niet echt naast de deur, maar in één dag net te doen per auto, die je trouwens toch nodig hebt om het gebied te doorkruisen.

Meren in Brenne

Het bijzondere aan dit natuurgebied is dat het bestaat uit letterlijk duizenden meren. Het precieze aantal wordt niet duidelijk, de ene folder meldt 1200 meren, de andere 3300. De meeste meren zijn van oorsprong aangelegde visvijvers, gegraven omdat in vroegere tijden de vis vanuit zee niet vers in het centrum van Frankrijk kon arriveren. Het gebied trekt daardoor vooral vogels aan die van vissen houden.

Bijzonder overnachten

We hadden een uitstekende Chambre d’Hôte (B&B) gevonden in Mézières-en-Brenne, de hoofdstad van Brenne, met 1050 inwoners. De B&B (Le Sanglier Hirsute ofwel ‘Het Harige Zwijn’) wordt gerund door een zeer sympathieke vrouw. Naast dat ze gastvrouw is, geeft ze ook kookcursussen en heeft verschillende culinaire prijzen gewonnen. Anders dan de naam van het onderkomen doet vermoeden kookt ze het liefst vegetarisch voor de gasten. Voor de vegetariërs onder ons is het in Frankrijk vaak tobben in de restaurants. Het ontbijt is ook heel onfrans uitgebreid (meeste B&B’s serveren alleen stokbrood, croissants en jam).

Vogelkijkhutten in Brenne

Het natuurgebied Brenne in Frankrijk staat vooral bekend onder vogelaars. Zorg dat je een duidelijke kaart van het gebied hebt, want zonder mis je de belangrijkste vogelkijkhutten. Het Office de Tourisme in Mézières-de-Brenne heeft kaarten en folders, maar er zijn ook twee natuurhuizen in het gebied waar je kaarten, folders en boeken kunt kopen. Online biedt Reisboekhandel De Zwerver deze fiets- en wandelkaart van La Brenne.

Maison du Parc is het grootste natuurhuis, daar is tevens een restaurant bij waar je ook even een pannenkoek (crêpe) kunt eten. Verder uitgebreide sortering souvenirs en lokale producten. Het Maison bevindt zich in de gemeente Rosnay, ongeveer 15 km van Mézières maar dichtbij een aantal hutten waar je toch
naar toe wilde.

Het andere natuurhuis, Maison de la Nature, is kleiner maar heeft ook informatiemateriaal. Bovendien zijn er twee kijkhutten. Het gebouw ligt aan een meertje met moerasschildpadden, een beschermde soort. 

Het ‘Parc’ bestaat uit verschillende ‘Réserves Naturelles’, die allemaal diverse meren hebben met vogelkijkhutten (observatoires). Enkele hutten zijn toegankelijk voor mensen in rolstoel. In het gedeelte waar wij waren, telden we 15 hutten, ze zijn allemaal goed aangegeven en er is altijd een parkeerterrein. Soms is het vanaf daar even lopen naar de hut (maximaal 1 km), maar ook dat is op de kaart te zien.

De hutten zijn trouwens pas sinds kort weer open, ze waren ivm corona maandenlang gesloten. Er gelden wel voorschriften: een maximaal aantal bezoekers, mondkapje op, afstand houden (1 meter in Frankrijk). Verder worden fotografen verzocht bij drukte een kijkopening niet te lang bezet te houden (sommige geduldige vogelfotografen kunnen de hele dag voor de opening blijven zitten).

Advies: draag een donker mondkapje. Er zijn fanatieke vogelaars in camouflage outfit, inclusief groene handschoenen en gehele gezichtsbedekking die je de hut uit kijken als jij met je lichtblauwe mondkapje binnen komt stappen.

Vogelsoorten

Wij waren niet in het goede seizoen gekomen (eind september), helaas valt een vakantie van je werk niet altijd in een gunstig vogelseizoen. Veel vogels waren al vertrokken naar het zuiden en de noorderlingen waren nog niet allemaal gearriveerd (de spreeuwen wel!). Gelukkig waren er genoeg overblijvers om van te genieten. Toch vielen de aantallen ons tegen, we hadden meer verwacht.

Ons vermoeden werd bevestigd door een oudere vogelaar die jaarlijks naar Brenne komt en ons vertelde dat er elk jaar minder vogels zijn. Ook vallen elk jaar meer gebieden droog. De viseters waren er nog wel: blauwe reiger, grote en kleine zilverreiger, lepelaar, ijsvogel. Vooral de ijsvogel, die we dagelijks wel ergens zagen, zorgde voor tevreden fotografen. Toegegeven, een beetje geluk moet je als vogelfotograaf wel hebben. En geduld. 

© Helen Brandenburg

De geoorde fuut is het symbool van het Parc, hij staat op elke folder, op veel boeken maar wij hebben hem niet gezien. De franse naam, (grèbe à cou noir, zwarthals fuut) komt overeen met de Latijnse naam: podiceps nigricollis. Ook een blik op de purperreiger of de roerdomp was ons niet gegund. Later bleek dat deze vrijwel niet meer voorkomen in het gebied. Waarschijnlijk door toenemende droogte.

Overige diersoorten

Ook voor de niet-vogelaars is het gebied de moeite waard. Everzwijnen, reeën en edelherten worden regelmatig gezien. Ook de uitzichten vanuit de hutten zijn geweldig: rietlandschappen en uitgestrekte waterpartijen met eilandjes. 

Beste periode Brenne

Het beste seizoen om Brenne te bezoeken is mei -j uni. En dat gaan we zeker over een tijd nog eens doen.

Afbeelding van Helen Brandenburg
Geschreven door
Helen Brandenburg
Onontdekte plekjes en de leukste aanbiedingen voor vakanties in de natuur!